Ippower-Benamen van interface.

 


Klik op "Define I/O Name"

 


Geef de interface "out1" de benaming van het toestel die ermee verbonden is, zodat je weet welke je in of uit schakeld.
Hier als voorbeeld "accesspoint 1".

 


Om te bevestigen klik je op "apply".

 


Doe dit verder met alle 4 de interfazen, zo weet je precies waar je mee bezig bent.
Bij "device name" kun je de ip-power module een naam geven, locatie en land invullen.
Zoals hier als voorbeeld, is dit de ip-power module die node 1 kan schakelen.
De eerste interface kan het accesspoint resetten, de tweede interface de uplink, de derde interface het accesspoint2 enz.
Vergeet nooit op "apply" te klikken.